Contact
Door gebruik te maken van deze website geeft u toestemming voor het gebruik en plaatsen van cookies

Voorwaarde voor Wsnp: schulden 'te goeder trouw ontstaan'

Te goeder trouw ontstaan

Om toegelaten te worden in de Wsnp bent u in de afgelopen 5 jaar ‘te goeder trouw’ geweest bij het ontstaan of onbetaald laten van uw schulden. U hebt met goede en eerlijke bedoelingen geld geleend of uitgegeven, en u hebt daarbij rekening gehouden met ál uw inkomsten en uitgaven.
Verandert uw (financiële) situatie? En kunt u daardoor niet meer betalen wat u moet of hebt afgesproken? Dan maakt u nieuwe afspraken met uw schuldeisers. Ook dan bent u ‘te goeder trouw’.

Niet te goeder trouw ontstaan

Hebt u schulden gemaakt waarvan u wist (of had kunnen weten) dat u deze niet kunt terugbetalen? Dan hebt u ‘niet te goeder trouw’  gehandeld.
U handelt ook ‘niet te goeder trouw’ als uw schulden oplopen omdat u geen (nieuwe) afspraken hebt gemaakt met uw schuldeiser(s).
Oordeelt de rechter dat u ‘niet te goeder trouw’ hebt gehandeld? Dan wordt u over het algemeen niet toegelaten tot de Wsnp. Er is een uitzondering: de hardheidsclausule.

Voorbeelden waarbij over het algemeen geen sprake is van ‘te goeder trouw ontstaan’:

  • Schulden waarvan u wist of had kunnen weten dat u ze niet kon terugbetalen;
  • Fraude bij de aanvraag van de toeslagen;
  • Vlak voor de Wsnp (hoge) schulden aangaan;
  • Schulden door een verslaving aan bijvoorbeeld gokken, alcohol en/of drugs;
  • Een eigen onderneming voeren en geen (complete) boekhouding bijhouden;
  • Een schuld en/of boete aan het UWV of de Belastingdienst;
  • Een boete van het UWV of de Belastingdienst;
  • Schulden uit misdrijf of overtreding;
  • (Meerdere) boetes door verkeersovertredingen, zoals te hard rijden (Wet Mulder-feiten);
  • Een onterecht gekregen uitkering waarbij fraude is vastgesteld.

Meer onderwerpen